Niemandsland 2017-10-28T19:53:50+00:00


NIEMANDSLAND

Tussen veel Britse en Duitse soldaten, die al geruime tijd op dezelfde plaats gestationeerd waren ontstond langzaam een filosofie van ‘leven en laten leven’ tot grote ergernis van de hogere officieren. Op bepaalde tijden van de dag, bijvoorbeeld tijdens de maaltijden of tijdens een verkenningstocht in Niemandsland, werd er niet op elkaar geschoten.

Gedurende de maanden november en december zouden er, mits op gehoorsafstand van elkaar, steeds meer contacten tussen beide zijden komen. Zo werd er over en weer naar elkaar geroepen. In het begin waren deze vaak patriottische leuzen of oproepen om naar huis te gaan. Maar soms ging het ook over “gewone” dingen zoals het weer of het eten.

Zo riep een Saksische soldaat op 10 december naar de Britse soldaten die er tegenover zaten dat ze het zat waren en de Duitse vlag halfstok hadden gehangen. Een Britse soldaat riep terug en bood rum en gin aan als troost. De Saksische soldaat antwoordde hierop dat zij in de loopgraven alleen champagne dronken. Soms werd er ook over en weer geruild tussen de loopgraven. Dan werden er bijvoorbeeld blikken met vlees geruild voor helminsignes, het probleem was alleen vaak dat de spullen in Niemandsland bleven liggen en geen van beide zijden als eerste zijn spul op wilde halen. Deze vriendschappelijke contacten tussen de beide zijden zouden de basis vormen voor de kerstvrede van 1914.

Maar op 24 december 1914 begon de temperatuur ineens flink te dalen wat er voor zorgde dat het water in de loopgraven bevroor en de modder hard werd. Na maanden in die modder vast gezeten te hebben was het een hele opluchting om er (even) van verlost te zijn. Hier en daar begon het zelfs te sneeuwen wat weer zorgde voor een opgelaten stemming onder de soldaten. Zo schreef de Duitse soldaat Herbert Schulzbach: ‘We waren allen aangedaan en melancholiek en in beslag genomen door gedachten aan thuis’

Op sommige plaatsen in de Duitse loopgraven verrezen spontaan heuse kerstbomen met kaarsjes en al. Ook werden er hier en daar grote vuren aangestoken zoals Percy Jones aan Britse zijde opmerkte: ‘The first unusual thing happened, when we noticed three large fires behind enemy lines’. Aan geallieerde zijde werden de vuren dan ook gezien als een voorbereiding op een aanval. Er werd alarm geslagen en men bereide zich voor op de aanval. Maar in plaats van bommen en kogels hoorden de Engelsen geschreeuw uit de Duitse linies komen: ‘Engelse soldaten, Engelse soldaten, gelukkig kerstfeest. Waar zijn jullie kerstbomen?’